U gebruikt een verouderde browser. Wij raden u aan een upgrade van uw browser uit te voeren naar de meest recente versie.

Geschiedenis van 'het Feithenhof'

Maria Catharina Feith

Maria Catharina Feith (geb. Elburg 21-7-1664 en gestorven Elburg 5-9-1740) groeide op in Elburg als tweede dochter in een burgemeestersgezin. Ze behoorde tot de hoogste kringen in Elburg.

Zelf trouwde ze tweemaal met een burgemeester: in 1700 met haar neef Arend Feith en in 1712 met Gerrit baron van Witten. Zij stierf op 5 september 1740, 76 jaar oud. Op 13 september werd ze begraven in de St. Nicolaaskerk van Elburg naast haar tweede echtgenoot Gerrit van Witten. Een graftombe herinnert nog aan het echtpaar.

Maria Catharina Feith stelde in 1733 samen met haar tweede echtgenoot een testament op dat na haar dood in 1740 openbaar werd gemaakt. Het testament luidde dat het grootste deel van de nalatenschap bestemd was voor de stichting van een 'Oude Mannen en Vrouwen Godshuis' voor arme bejaarden van Elburg in naam van Maria Catharina Feith. Ook was een uitgebreide lijst bepalingen toegevoegd en een reglement voor de bewoners, waardoor Feith met recht geldt als ‘fundatrice’ van dit Feithenhof.

 

Het Feitenhof

Een woning op de Ledige Stede vormde de basis voor het Feithenhof. Daar was plek voor 24 mannen en vrouwen van zestig jaar en ouder. Potentiële bewoners moesten de gereformeerde religie belijden en in Elburg geboren zijn of er minstens vijftien jaar gewoond hebben. Voorts moesten zij zich vroom gedragen, zoveel werken als mogelijk was, mochten zij niet praten tijdens de Bijbellezing en moesten zij ’s avonds op tijd weer binnen zijn.

De regels zelf zijn niet ongewoon, wel dat de erflaatster deze zo gedetailleerd heeft nagelaten. Zo drukte Maria Catharina Feith een persoonlijk stempel op de instelling. De vijf predikanten (twee uit Elburg en één uit Oldebroek, Doornspijk en Oosterwolde) die het toezicht moesten houden op het Feithenhof, werden door haar met naam in het testament vermeld. 

Bekijk Oude AnsichtenBekijk Oude Ansichten

Zij hadden zich te houden aan de regels en gebruiken zoals Maria Catharina Feith die voorgesteld had. Nieuwe provisoren kregen nog decennialang bij aantreden een kopie van het oorspronkelijke testament uitgereikt. 

De statuten werden gewijzigd in 1957, waarbij het er in het kort op neer kwam dat de provisoren door aanvulling van de stichtingsakte een dusdanige beschikking kregen over de goederen van het Feithenhof, dat deze verkocht, vervreemd of bezwaard mochten worden. Dit ten behoeve van verbeteringen, uitbreiding of vervanging van het oude Godshuis 'Feithenhof' en met dien verstande dat hierbij zo nauw mogelijk aangesloten moest worden bij de vermoedelijke bedoeling van erflater.

Hierdoor kon in 1960 een grootscheepse renovatie plaatsvinden.